Edinburgh is gebouwd op de resten van vulkanen, en dat zie je: het kasteel staat op de ene rotsprop, Arthur’s Seat rijst op uit de andere, en de straten ertussen klimmen en dalen zo dat elke hoek een uitzichtpunt wordt. De middeleeuwse Old Town loopt over een heuvelrug van het kasteel omlaag naar het Palace of Holyroodhouse; aan de overkant van het dal ligt de achttiende-eeuwse New Town, aangelegd in rustige georgiaanse huizenrijen. Samen staan ze op de Werelderfgoedlijst van UNESCO.
Het is ook de makkelijkste plek van Schotland om te bezoeken. Het vliegveld ligt op een half uur met de tram, het centrum is te belopen, de grote musea zijn gratis en elke ochtend vertrekken er dagtours naar de Hooglanden, Loch Ness, St Andrews en Stirling. In augustus vinden de Festival Fringe, het International Festival en de Military Tattoo allemaal tegelijk plaats; met oud en nieuw geeft de stad een van de grootste Hogmanay-feesten ter wereld.
Hoogtepunten
- Edinburgh Castle – de Schotse kroonjuwelen, de Great Hall en het One o’Clock Gun
- De Royal Mile met zijn closes (steegjes), van het voorplein van het kasteel omlaag naar Holyrood
- Arthur’s Seat – een heuvelwandeling naar 251 m, met een stad aan je voeten
- Het National Museum of Scotland – gratis, reusachtig en ideaal als het regent
- Calton Hill bij zonsondergang en de georgiaanse New Town
- Whiskybars, de haven van Leith en de Royal Yacht Britannia



Hoe lang blijven
In twee volle dagen zie je het kasteel, de Old Town, Holyrood en Arthur’s Seat. Met drie of vier dagen kun je er de musea, Leith, de New Town en een dagtrip aan toevoegen – naar Stirling, St Andrews of de Hooglanden.
Beste uitvalsbasis
Voor een kort verblijf slaap je in of vlak bij de Old Town of de New Town, waar alles op loopafstand ligt. Leith en Stockbridge hebben meer lokaal karakter en restaurants met een betere prijs-kwaliteitverhouding, op een korte bus- of tramrit van het centrum.



