Glasgow werd in de achttiende en negentiende eeuw rijk van tabak, scheepsbouw en machinebouw, en die rijkdom staat nog altijd in zandsteen in het centrum geschreven: pakhuizen van kooplieden, banken als paleizen en een van de best bewaarde victoriaanse stratenpatronen van Groot-Brittannië. Toen de zware industrie instortte, vond de stad zichzelf opnieuw uit rond cultuur. Nu is het een UNESCO City of Music met in een gemiddelde week meer dan honderd optredens, en vrijwel alle grote musea zijn gratis.
Waar Edinburgh compact en theatraal is, is Glasgow uitgestrekt en gezellig. Het centrum en de Merchant City zijn er voor architectuur, winkelen en bars; het groene West End, rond de universiteit en Kelvingrove, voor musea, cafés en parken; en aan de vernieuwde oevers van de Clyde vind je het Riverside Museum en de grote concerthal van de stad. Glaswegians staan bekend om hun hartelijkheid – reken op een praatje.
Hoogtepunten
- Kelvingrove Art Gallery and Museum – 22 gratis zalen, van Dalí tot een Spitfire
- Glasgow Cathedral en de Necropolis op de heuvel erachter
- Het Riverside Museum over vervoer en het zeilschip dat ervoor ligt afgemeerd
- Charles Rennie Mackintosh: de Willow-tearooms, het Mackintosh House, House for an Art Lover
- De Burrell Collection in Pollok Country Park
- Livemuziek, de bars van Finnieston en Ashton Lane, en de muurschilderingenroute in het centrum



Hoe lang blijven
In één volle dag zie je de kathedraal, het centrum en Kelvingrove. Twee dagen is beter: dan kunnen het West End en het Riverside Museum of de Burrell Collection erbij. Heb je er drie, maak dan een dagtrip naar Loch Lomond, Stirling of het Isle of Arran.
Beste uitvalsbasis
Overnacht in het stadscentrum of de Merchant City voor stations, winkels en uitgaan, of in het West End of Finnieston voor musea, parken en de beste restaurants. De Subway verbindt ze in tien minuten.



